De tweede dag van 'On circus' tijdens Theater op de Markt 2023 verkent zorg als fundamentele overweging in artistieke praktijken. De ochtend werd een rijke uitwisseling van jaren denkwerk over vertrouwen in artistieke processen en de verschuiving van de spectaculaire kant van circus naar een positievere menselijke connectie. Er kwamen twee gezelschappen aan het woord: Alexandre Fray van het Franse Un loup pour l’homme en Aline Breucker en Quintijn Ketels van het Belgische Side-Show. De gelijkenissen tussen de twee gezelschappen schuilt in het besef van alteriteit als leidraad in de vormgeving van hun creaties. Vanuit hun specifieke standpunten verruimden we het net om op zoek te gaan naar betere collectieve zorgpraktijken en mogelijkheden om kennis te delen voor onszelf en onze omgeving.
We keren terug naar de ruimte in Dommelhof en worden verwelkomd met een samenvatting van THERE THERE Company over de betekenis van deze drie dagen en het voornemen om te leren door praktijken te delen. Hanna en Toon leiden het thema in met zijn kenmerken en vooroordeel. Zorg wordt vaak niet onder woorden gebracht en blijft stil. Het wordt niet beschouwd als algemeen. Soms wordt het een cliché, gekoppeld aan iets dat je doet om iets of iemand te helpen. Met het oog op een meer holistische aanpak stuurden ze een definitie van zorg naar de uitgenodigde gezelschappen. Zo konden ze alvast nadenken over dit thema dat van invloed is op hun relatie tot het publiek en zichzelf.
"Op het meest algemene niveau stellen we voor dat zorgen wordt gezien als een activiteit die alles behelst wat we doen om onze 'wereld' te beschermen, te handhaven en te repareren, zodat we er zo goed mogelijk in kunnen wonen. Die wereld omvat onze lichamen, onszelf en onze omgeving, die we allemaal proberen te vervlechten in een complex, levensondersteunend web." (Fisher, Bernice en Joan C. Tronto. 'Towards a Feminist Theory of Care.' In Circles of Care: Work and Identity in Women’s Lives, uitgegeven door Emily K. Abel en Margaret K. Nelson. State University of New York Press, 1990)
De artiesten die hier vandaag zijn uitgenodigd, ontwikkelden een persoonlijke reflectie die de vitale kant van zorg in hun circuspraktijk blootlegt. Alexandre Fray begint met te benadrukken hoe cruciaal het woord is geweest in zijn artistieke traject. Hij herinnert eraan hoe vaak het voorkomt in zijn aantekeningen door de jaren heen, waarbij de betekenis vaak versmolt met de waarde van de hand-to-handtechniek, die we kunnen definiëren als 'meelopen met iemand anders'. De oprichter van Un loup pour l'homme denkt terug aan hoe ze wilden ontdekken hoe ze het verlangen naar fysiek contact, en vaak ook gewelddadig zijn op het podium, in evenwicht konden brengen met de zorg voor hun lichamen achter de schermen.
Meestal branden acrobaten op door te snel te gaan omdat ze alles willen doen. Het doel is om jong en efficiënt te zijn in het circus, te presteren en trucs te kunnen nadoen. Circusartiesten doen alsof die vaardigheid altijd zal blijven bestaan. En dan komt het besef dat je niet je hele leven acrobaat zult zijn, dat je iets anders zult moeten doen als je ouder bent. Hij is blij dat het hem is gelukt om na zijn veertigste nog op het podium te staan.
In plaats van de technische kant van zijn praktijk te beklemtonen, omschrijft hij de essentie van hand-to-hand liever als de wederkerigheid en verantwoordelijkheid van twee personen die met elkaar in interactie zijn en zich bewust zijn van hun onderlinge afhankelijkheid als eerste sociale voorwaarde.
Alexandre wijst erop dat het concept subjectiviteit van alteriteit komt. Hij vindt dat we nog steeds te veel tijd verliezen met het verwoorden van de fysieke implicaties of technische aspecten van partneracrobatiek: de alteriteit tussen twee menselijke lichamen is het focuspunt van deze interactie, gezien worden door een andere persoon tijdens de acrobatische handelingen. We kunnen dit concept verruimen door de onderlinge afhankelijkheid van alle mensen op te merken. Alteriteit bepaalt wie we zijn in het bijzijn van anderen, en niet alleen wanneer we aan acrobatiek doen. We weten dat we sterfelijk zijn. Vooral in de circuswereld legt falen of als te zwak worden beschouwd kwetsbaarheden bloot die de menselijke kant van de artiest niet ondersteunen.
Als we stilstaan bij de traditionele aanpak in het circus, dan zien we dat hand-to-handparen bestaan uit een sterke base en een dunnere flyer. Het gevaar van de objectivering van het lichaam van de flyer, vooral wanneer die dunner of kleiner is dan de base, gekoppeld aan de verticaliteit omdat iemand beneden moet zijn en de andere persoon boven, is het gevaar van hand-to-hand als het om machtsongelijkheid gaat. Het probleem van 'iemand dragen' zou kunnen worden opgelost door de flyer niet te interpreteren als iemand die 'wordt gedragen' maar door dit te combineren met het concept van de base als 'iemand die lift'. In die context is zorg een manier om geen enge visie te hebben op je rol, maar die ongelijkheid om te keren door op te treden met een ander lichaam, wat het beeld verruimt om zo één persoon te worden tijdens het optreden.
Zijn loopbaan kreeg een onthullende wending toe hij stopte met oefenen met zijn aloude partner met een gelijk gewicht, en begon te werken met verschillende flyers. Dit gaf hem flexibiliteit in zijn techniek, waardoor hij het spectrum van menselijke interactie via lichamen kon verruimen, ook naar mensen die helemaal geen acrobatische partners zijn. Daarom cultiveert het gezelschap een specifieke benadering van hand-to-hand. De productie van de voorstellingen wordt vermengd met sociale interventies en er komen creaties tot stand met niet-professionele mensen.
Vooral na de pandemie voelde hij de urgente noodzaak om weer een fysieke connectie met anderen tot stand te brengen, de lichamen te voelen, van ons 'vlees en botten' tot onze immateriële kant. Dat vermogen om naar de lichamen te luisteren, stond centraal in zijn interesse om te werken met oude mensen. Hij ging weer nadenken over de rol van een actieve base met iemand die afhankelijk is van jouw kracht en zorg nodig heeft.
Het Franse woord 'porter' lijkt op 'prendre en charge'. In die zin betekent zorgen voor ouderen een vertrouwensrelatie uitbouwen. Met zijn lopend artistiek onderzoek, 'Projet Grand-Mère', bezocht Alexandre hospices, ziekenhuizen en woonzorgcentra. Hij gebruikte daarbij hand-to-handtechnieken die de bewoners in de eerste plaats als subjecten behandelden. Hij ontwikkelde acrobatische workshops eerder als artistieke onderzoeksprojecten dan als pedagogische projecten. Vanuit die invalshoek wilde hij de verantwoordelijkheidszin van zijn oudere flyers versterken in plaats van ze te objectiveren. "Grootmoeders gingen van een object van zorg naar een subject van samenwerking. Visueel en auditief contact is van het grootste belang om ze vertrouwen te geven. Gezien, gehoord en aangeraakt worden zijn de principes van de dramaturgie die we op het podium gebruiken. Het is de basis voor een ontmoeting. Het bereidt ze voor om zich te laten vallen, te worden opgevangen."
Zijn verdere reflecties gaan over de acrobaten en hun relatie tot het nemen van risico's. Hun vrijheid schuilt in de aanpassing van hun lichaam aan nieuwe noodzaken. En hoe meer je jezelf dan beschermt, hoe groter het risico dat je gekwetst geraakt. Een verkenning van de gevarenzone kan mensen helpen om fysieke obstakels te ontdekken, te begrijpen en te integreren. Inzicht in grenzen is van vitaal belang in het artistieke proces en voor de lichamen. Tijdens 'Project Grand-Mère' ontdekte hij dat de overbescherming van bewoners van woonzorgcentra hun vitaliteit vermindert. Dit voorkomt dat ze hun capaciteiten kunnen ontwikkelen, heeft een invloed op hun mobiliteit en beïnvloedt hun geestesgesteldheid. Als acrobaat houdt de perceptie van gevaar je nauwkeurig en bewust van het belang om te waken over de grenzen van je lichaam. Je gaat beseffen dat je meer kan, binnen de capaciteiten die je al ontwikkelde. In een circusact met bejaarden combineert deze houding oefeningen en principes van kinesitherapie en ergotherapie, een zorgevenwicht tussen experimenteren binnen grenzen en een stapje verder gaan zonder ze te forceren.
In 'Project Grand-Mère' worden de verwachtingen ten aanzien van de spectaculaire kant van circus vervangen door het vermogen om te luisteren naar diverse lichamen. Het resultaat is een minder indrukwekkende choreografie maar deeltde weg naar het ongelooflijke vertrouwen dat de acrobaat verbindt met een bejaard lichaam in een verrassende fysieke dialoog.
Het volgende gesprek is met Side-Show. Aline en Quintijn delen hun gedachten over de mogelijkheid om de dualiteit van vermogen – bekwaam zijn of niet – te overwinnen en die eigenschap te zien als een tijdelijke factor. Quintijn zegt dat circusartiesten vanuit die visie vooral sterk bekwame lichamen zijn die optreden voor een tijdelijk bekwaam publiek. Gedreven door dat ontbrekende inclusieaspect en de vraag "Wie zijn de mensen waar we niet voor optreden?" richtten ze onlangs hun aandacht op het tijdelijk onbekwame publiek, dat vaak bang is om een relatief lange tijd gevangen te zitten in een ruimte om naar een voorstelling te kijken. Ze gingen dus onderzoeken hoe ze zo'n publiek kunnen verwelkomen.
Ze richtten het gezelschap op in 2009, met elk een andere achtergrond. Zij is podium- en kostuumontwerpster en hij werkte als base. Zorg werd hun ankerpunt als scheppers en leiders, met de drang om werk te creëren dat weerspiegelt wat ze voor zichzelf nodig hebben, waarbij ze die veilige plek van vrijheid delen en samenwerken met anderen.
Volgens Aline kan zorg een katalysator in beweging zijn, die de aandacht focust of verschuift volgens wat er op dat moment nodig is, ondergedompeld in een context maar altijd beïnvloed door externe factoren. Hun laatste creatie is een ontspannen voorstelling die luistert naar deze wisselende noden. Ze plaatst de behoeften van het publiek op de eerste plaats en geeft om de omgeving en het publiek samen.
Een ontspannen voorstelling is aangenaam voor zowel neurotypische als neurodivergente mensen. Het kan zelfs een onthullende ervaring binnen een theater zijn, ver weg van de typische, immersieve 'black box' perceptie. Er zit een soort van minimalisme in een ontspannen circusoptreden. De verrassingselementen van de plot zijn vooraf bekendgemaakt. De zachte verlichting, de mogelijkheid om de ruimte te verlaten, de triggerwaarschuwingen en elke andere voorbereiding zijn voor iedereen nuttige signalen voor de geestelijke gezondheid. Ze beschermen de toeschouwers tegen stresserende gebeurtenissen binnen een theater en trekken de ruimte open naar een breder publiek.
De creatie was een uitdaging. Inspiratie kwam van de cultuursector in het Verenigd Koninkrijk, die verder staat als het gaat om het aanpassen van voorstellingen aan een publiek met andere noden. Als dit de obstakels zijn die we moeten overwinnen, dachten ze, laten we die obstakels dan gebruiken als basis voor de creatie. Een adaptatie wilden ze niet maken, eerder een taal waarin die aspecten bij het begin vastliggen.
Kunnen we een circusvoorstelling zonder verrassingen nog wel een circusvoorstelling noemen? Het was voor hen interessant om de circuswereld te herontdekken, zonder de elementen spanning en sensatie, om het genre los te koppelen van het spectaculaire. Vanaf het begin hielden ze try-outs met een publiek van neurodivergente mensen om afgestemde feedback te krijgen over de richting die ze uitgingen.
'Permit, oh permit my soul to rebel' is een circulaire voorstelling voor tachtig mensen tegelijk die sterk afhangt van de samenwerking met de organisatie die ze host. Omdat deze toeschouwers niet altijd uit zichzelf komen opdagen, moet het theater een dialoog aangaan met de lokale organisaties, om de context voor te bereiden. Aline maakt een opvallend statement: "Een beperking gaat om context. Je bent beperkt in een dagelijks leven dat is gemaakt volgens de norm. Door de context te veranderen, verdwijnt de beperking."
Om dat paradigma te wijzigen, maakten ze een boekje met een storyboard om het publiek voor te bereiden op de voorstelling. Eerst geeft het meer praktische informatie over de toegang tot het theater, de uitgangen, de toiletten en parkeergelegenheid. Daarna komt de inhoud aan bod, met details over wat ze mogen verwachten vóór, tijdens en na de voorstelling. De toeschouwers weten vooraf wie er op het podium zal staan, omdat ze foto's zagen van het hele team. Ze weten wie hen verwelkomt en tot wie ze zich kunnen richten voor eventuele hulp.
Er ontstaat spontaan een groepsgesprek over de feedback die de voorstelling kreeg. Sommige deelnemers woonden de voorstelling bij en bevestigen dat ze stress wegnam. Volgens Aline en Quintijn is het wel belangrijk om te onthouden dat ontspannen voorstellingen zijn gericht op mensen die het mogelijk moeilijk hebben met de sociale codes van het theater. Geïnspireerd door de vrijheid die je ervaart als je op straat speelt, bedachten ze dat deze luchtige essentie van het spel kon worden doorgetrokken naar afgesloten ruimtes. Hun 'black box' structuur kon worden getransformeerd door de toegangsdeuren altijd open te houden. Zo wordt alles minder beangstigend. Het kan eng en vermoeiend zijn om te gaan sleutelen aan de codes van een context, namelijk een binnenruimte, die je altijd vanzelfsprekend hebt gevonden. Maar een prachtige, diverse mix rond het podium zien, was het mooiste doel.
Uit deze ochtend zou een laatste open vraag kunnen voortvloeien. Welke richting gaat het circus uit als de klemtoon niet ligt op buitengewone prestaties maar op de relevantie van collectief bewustzijn? De klemtoon op 'meer' vervangen door een oprechte nieuwsgierigheid naar het 'hoe' heeft een impact op de waarde van machtsverhoudingen in circusvoorstellingen. Die verschuiving zou het potentieel van 'alteriteit' kunnen blootleggen, dat net als 'zorg' soms verborgen blijft in het ontwikkelingsproces van een voorstelling.
vertaald door Architekst